ECLI:NL:HR:2008:BC7474 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Met een op 11 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft [verweerster] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, Eriso in staat van faillissement te verklaren. Eriso heeft het verzoek bestreden. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij beschikking van 21 november 2007 het verzoek tot faillietverklaring afgewezen. Tegen deze beschikking heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 20 december 2007 de beschikking van de rechtbank vernietigd, en opnieuw rechtdoende, Eriso in staat van faillissement verklaard. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2008:BC7474 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
16 mei 2008 Eerste Kamer Nr. 07/13684 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: ERISO B.V., gevestigd te Achterveld, gemeente Leusden, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Eriso en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 11 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft [verweerster] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, Eriso in staat van faillissement te verklaren. Eriso heeft het verzoek bestreden. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij beschikking van 21 november 2007 het verzoek tot faillietverklaring afgewezen. Tegen deze beschikking heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 20 december 2007 de beschikking van de rechtbank vernietigd, en opnieuw rechtdoende, Eriso in staat van faillissement verklaard. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Eriso beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend. De zaak is voor Eriso schriftelijk toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 mei 2008.