ECLI:NL:HR:2008:BC6631 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Op 20 september 2005 heeft de rechtbank Almelo ten aanzien van betrokkene de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard met aanwijzing van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Op voordracht van de rechter-commissaris heeft de rechtbank bij vonnis van 5 juni 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tegen dit vonnis heeft betrokkende hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Het hof heeft bij arrest van 17 september 2007 het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2008:BC6631 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
14 maart 2008 Eerste Kamer 07/11704HR JMH/AG Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg. Verzoekende partij zal hierna ook worden aangeduid als betrokkene.
1. Het geding in feitelijke instanties Op 20 september 2005 heeft de rechtbank Almelo ten aanzien van betrokkene de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard met aanwijzing van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Op voordracht van de rechter-commissaris heeft de rechtbank bij vonnis van 5 juni 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tegen dit vonnis heeft betrokkende hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Het hof heeft bij arrest van 17 september 2007 het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft betrokkende beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De bewindvoerder heeft een verweerschrift ingediend en de zaak schriftelijk doen toelichten. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 maart 2008.