ECLI:NL:HR:2008:BC6562 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instantie Ten aanzien van belanghebbende is door de Inspecteur bij beschikking een bindende tariefinlichting gegeven, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2008:BC6562 · Hoge Raad: Nr. 44.049 14 maart 2008 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 maart 2007, nr. 04/3973 DK, betreffende een bindende tariefinlichting.
Full text
Nr. 44.049 14 maart 2008 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 maart 2007, nr. 04/3973 DK, betreffende een bindende tariefinlichting.
1. Het geding in feitelijke instantie Ten aanzien van belanghebbende is door de Inspecteur bij beschikking een bindende tariefinlichting gegeven, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel Het Hof heeft op goede gronden een juiste beslissing gegeven. Het middel faalt derhalve.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2008.