Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC5902 ECLI:NL:HR:2008:BC5902 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC5902 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC5902
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instantie Aan belanghebbende is over het jaar 2000 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC5902 · Hoge Raad: Nr. 43.481 7 maart 2008 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 juli 2006, nr. 04/02130, betreffende een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 43.481 7 maart 2008 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 juli 2006, nr. 04/02130, betreffende een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Het geding in feitelijke instantie Aan belanghebbende is over het jaar 2000 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende heeft, nadat haar voor het onderhavige jaar (2000) de primitieve aanslag was opgelegd, met de Inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten, waaruit voor het onderhavige jaar een hogere belastingschuld voortvloeide dan bij de primitieve aanslag was vastgesteld. Bij die vaststellingsovereenkomst is belanghebbende ermee akkoord gegaan dat de Inspecteur ter zake van die hogere belastingschuld een navorderingsaanslag zou opleggen. 3.2. Nu belanghebbende bij de vaststellingsovereenkomst akkoord is gegaan met het opleggen van de navorderingsaanslag, is zij aan die akkoordverklaring gebonden. Zulks brengt mee dat belanghebbende de navorderingsaanslag niet met vrucht kan afweren met een beroep op een ambtelijk verzuim, begaan bij het opleggen van de primitieve aanslag. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2008.