Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC5886 ECLI:NL:HR:2008:BC5886 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC5886 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC5886
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties De Gemeente heeft bij exploot van 19 oktober 2006 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd: bij vervroeging uit te spreken de onteigening van het in de dagvaarding genoemde, ter onteigening aangewezen onroerende zaken, zulks met nevenvorderingen; bij dagvaarding van het aanbod bij antwoord het bedrag van de schadeloosstelling vast te stellen op € 16.500,-; indien het aanbod niet alsnog wordt aanvaard, het voorschot te bepalen op 100% van het aangeboden bedrag. De rechtbank heeft bij vonnis van 14 maart 2007 de vordering van de Gemeente toegewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC5886 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18 april 2008 Eerste Kamer Nr. C07/114HR IV/IS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.P. van Delden, t e g e n DE GEMEENTE HAARLEMMERMEER, zetelende te Hoofddorp, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties De Gemeente heeft bij exploot van 19 oktober 2006 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd: bij vervroeging uit te spreken de onteigening van het in de dagvaarding genoemde, ter onteigening aangewezen onroerende zaken, zulks met nevenvorderingen; bij dagvaarding van het aanbod bij antwoord het bedrag van de schadeloosstelling vast te stellen op € 16.500,-; indien het aanbod niet alsnog wordt aanvaard, het voorschot te bepalen op 100% van het aangeboden bedrag. De rechtbank heeft bij vonnis van 14 maart 2007 de vordering van de Gemeente toegewezen.

2. Het geding in cassatie Tegen het vonnis van 14 maart 2007 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 6 maart 2008 op die conclusie gereagerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar utgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 april 2008.