Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC5706 ECLI:NL:HR:2008:BC5706 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC5706 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC5706
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eiser] c.s. hebben bij exploot van 3 december 2002 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, verklaring voor recht dat [verweerder] jegens hen en jegens de nalatenschap van de erflater [betrokkene 1] onrechtmatig heeft gehandeld, en dat [verweerder] deswege gehouden is tot betaling van een schadevergoeding en veroordeling tot betaling van een bedrag van € 451.860,11. [Verweerder] heeft verweer gevoerd. Bij tussenvonnis van 12 mei 2004 heeft de rechtbank [verweerder] toegelaten tot bewijslevering. De rechtbank heeft bij eindvonnis van 2 februari 2005 de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen. Tegen de vonnissen van de rechtbank hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 16 mei 2006 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC5706 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18 april 2008 Eerste Kamer Nr. C06/239HR IV/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], wonende te [woonplaats], 2. [Eiser 2], 3. [Eiser 3], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties [Eiser] c.s. hebben bij exploot van 3 december 2002 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, verklaring voor recht dat [verweerder] jegens hen en jegens de nalatenschap van de erflater [betrokkene 1] onrechtmatig heeft gehandeld, en dat [verweerder] deswege gehouden is tot betaling van een schadevergoeding en veroordeling tot betaling van een bedrag van € 451.860,11. [Verweerder] heeft verweer gevoerd. Bij tussenvonnis van 12 mei 2004 heeft de rechtbank [verweerder] toegelaten tot bewijslevering. De rechtbank heeft bij eindvonnis van 2 februari 2005 de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen. Tegen de vonnissen van de rechtbank hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 16 mei 2006 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 april 2008.