Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC5604 ECLI:NL:HR:2008:BC5604 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC5604 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC5604
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 23 maart 2007 ter griffie van de rechtbank Rotterdam ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht de schuldsaneringsregeling op hem toe te passen. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 18 juni 2007 het verzoek afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 24 juli 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC5604 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 maart 2008 Eerste Kamer R07/143HR JMH/AG Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Verzoeker zal hierna als [verzoeker] worden aangeduid.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 23 maart 2007 ter griffie van de rechtbank Rotterdam ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht de schuldsaneringsregeling op hem toe te passen. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 18 juni 2007 het verzoek afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 24 juli 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 15 februari 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 maart 2008.