Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC3928 ECLI:NL:HR:2008:BC3928 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC3928 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC3928
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

11 april 2008 Eerste Kamer Rek.nr. R07/132HR RM/TT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. I. Aardoom-Fuchs, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw 1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 17 februari 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en primair verzocht te bepalen dat de verplichting van de man tot het voldoen van partneralimentatie aan de vrouw per 1 januari 2006 is geëindigd c.q. zal worden gesteld op nihil en subsidiair verzocht de partneralimentatie vast te stellen als de rechtbank redelijk acht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC3928 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 april 2008 Eerste Kamer Rek.nr. R07/132HR RM/TT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. I. Aardoom-Fuchs, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw 1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 17 februari 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en primair verzocht te bepalen dat de verplichting van de man tot het voldoen van partneralimentatie aan de vrouw per 1 januari 2006 is geëindigd c.q. zal worden gesteld op nihil en subsidiair verzocht de partneralimentatie vast te stellen als de rechtbank redelijk acht.

De vrouw heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank heeft bij beschikking van 25 april 2006 de bijdrage met ingang van 1 januari 2006 vastgesteld op € 214,-. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft wederom geen verweer gevoerd. Bij beschikking van 11 april 2007 heeft het hof de beschikking van de rechtbank van 25 april 2006 bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft geen verweer gevoerd. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.R.L.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 april 2008.