Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC3211 ECLI:NL:HR:2008:BC3211 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC3211 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC3211
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 27 februari 2006 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de beschikking van de rechtbank van 19 juni 2002 te wijzigen en te bepalen dat hij met ingang van 1 januari 2006, althans een door de rechtbank te bepalen datum, geen bijdrage aan de vrouw verschuldigd zal zijn, althans de bijdrage op een in goede justitie te bepalen bedrag vast te stellen. De vrouw heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 9 augustus 2006 haar beschikking van 19 juni 2002 en het op 26 april 2002 tussen partijen gesloten echtscheidingsconvenant met ingang van 27 februari 2006 gewijzigd en het bedrag dat de man met ingang van 27 februari 2006 tot levensonderhoud van de vrouw zal verstrekken bepaald op € 385,-- per maand.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC3211 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtstontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

1 februari 2008 Eerste Kamer Rek.nr. R07/125HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E.C.M. Hurkens. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 27 februari 2006 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de beschikking van de rechtbank van 19 juni 2002 te wijzigen en te bepalen dat hij met ingang van 1 januari 2006, althans een door de rechtbank te bepalen datum, geen bijdrage aan de vrouw verschuldigd zal zijn, althans de bijdrage op een in goede justitie te bepalen bedrag vast te stellen. De vrouw heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 9 augustus 2006 haar beschikking van 19 juni 2002 en het op 26 april 2002 tussen partijen gesloten echtscheidingsconvenant met ingang van 27 februari 2006 gewijzigd en het bedrag dat de man met ingang van 27 februari 2006 tot levensonderhoud van de vrouw zal verstrekken bepaald op € 385,-- per maand.

Het meer of anders verzochte heeft de rechtbank afgewezen. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van 27 maart 2007 heeft het hof de bestreden beschikking van de rechtbank vernietigd voorzover daarbij de door de man verschuldigde bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw is gewijzigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtstontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 februari 2008.