ECLI:NL:HR:2008:BC2249 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Op 14 december 2001 zijn aan [eiser] gerechtelijke stukken, waaronder een dagvaarding afkomstig van de rechtbank van Tweede Aanleg te Szczecin te Polen (hierna de Poolse rechtbank), betekend. Bij die dagvaarding heeft Fundusz een bedrag gevorderd van 612.748 zloty en 42 groszy in hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten. Bij - uitvoerbaar bij voorraadverklaard - verstekvonnis van 25 september 2002 heeft de Poolse rechtbank de vordering van Fundusz toegewezen. Fundusz heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage bij verzoekschrift van 21 december 2004 verzocht het Poolse vonnis te erkennen en haar verlof tot tenuitvoerlegging van voornoemde beslissing te verlenen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2008:BC2249 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
21 maart 2008 Eerste Kamer Nr. C06/296HR IV/AG Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n FUNDUSZ GWARANTAOWANYCH SWLADCZEN PRACOWNICZYCH, gevestigd te Szczecin, Polen, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Fundusz.
1. Het geding in feitelijke instanties Op 14 december 2001 zijn aan [eiser] gerechtelijke stukken, waaronder een dagvaarding afkomstig van de rechtbank van Tweede Aanleg te Szczecin te Polen (hierna de Poolse rechtbank), betekend. Bij die dagvaarding heeft Fundusz een bedrag gevorderd van 612.748 zloty en 42 groszy in hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten. Bij - uitvoerbaar bij voorraadverklaard - verstekvonnis van 25 september 2002 heeft de Poolse rechtbank de vordering van Fundusz toegewezen. Fundusz heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage bij verzoekschrift van 21 december 2004 verzocht het Poolse vonnis te erkennen en haar verlof tot tenuitvoerlegging van voornoemde beslissing te verlenen.
Bij beschikking van 11 juli 2005 heeft de voorzieningenrechter dit verlof verleend. Deze beschikking is op 2 augustus 2005 bij exploot aan [eiser] betekend. [Eiser] heeft bij exploot van 18 augustus 2005 bij de rechtbank 's-Gravenhage verzet ingesteld tegen de beschikking van de voorzieningenrechter. Nadat de rechtbank bij tussenvonnis van 11 januari 2006 een comparitie van partijen had gelast, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 28 juni 2006 de beschikking van de voorzieningenrechter bekrachtigd. Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Tegen Fundusz is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fundusz begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 maart 2008.