Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC2247 ECLI:NL:HR:2008:BC2247 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC2247 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC2247
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eiseres] heeft bij exploot van 22 november 2004 TON gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en gevorderd, kort gezegd, TON te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 5.132.983,88 met rente en kosten. TON heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 2 februari 2005 een comparitie van partijen bevolen en voor het overige de zaak aangehouden. Bij eindvonnis van 22 juni 2005 heeft de rechtbank de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 30 mei 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC2247 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

14 maart 2008 Eerste Kamer Nr. C06/313HR IV/AG Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n TRAUMA OPVANG NEDERLAND B.V., gevestigd te Nijmegen, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en TON.

1. Het geding in feitelijke instanties [Eiseres] heeft bij exploot van 22 november 2004 TON gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en gevorderd, kort gezegd, TON te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 5.132.983,88 met rente en kosten. TON heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 2 februari 2005 een comparitie van partijen bevolen en voor het overige de zaak aangehouden. Bij eindvonnis van 22 juni 2005 heeft de rechtbank de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 30 mei 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof van 30 mei 2006 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. TON is niet verschenen. De conclusie van de Advocaat-Generaal mr. L.A.D. Keus strekt tot verwerping. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 25 januari 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Trauma Opvang Nederland B.V. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 maart 2008.