Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC1251 ECLI:NL:HR:2008:BC1251 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC1251 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC1251
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties De Gemeente heeft bij exploot van 3 augustus 2004 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Utrecht, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, de tussen partijen bestaande huurovereenkomst te ontbinden en [eiser] te veroordelen om het gehuurde te ontruimen, met kosten. [Eiser] heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 22 december 2004 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na een tussenarrest van 8 december 2005 te hebben gewezen, heeft het hof bij eindarrest van 20 juli 2006 het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van de Gemeente alsnog toegewezen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC1251 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

29 februari 2008 Eerste Kamer Nr. C06/315HR MK/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE GEMEENTE DE RONDE VENEN, zetelende te Mijdrecht, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties De Gemeente heeft bij exploot van 3 augustus 2004 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Utrecht, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, de tussen partijen bestaande huurovereenkomst te ontbinden en [eiser] te veroordelen om het gehuurde te ontruimen, met kosten. [Eiser] heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 22 december 2004 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na een tussenarrest van 8 december 2005 te hebben gewezen, heeft het hof bij eindarrest van 20 juli 2006 het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van de Gemeente alsnog toegewezen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.