Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC0389 ECLI:NL:HR:2008:BC0389 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC0389 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC0389
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Verweerster] heeft bij exploot van 3 april 2003 [eiseres] gedagvaard voor de kantonrechter te Terneuzen en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 3.528,--, met rente en kosten. [Eiseres] heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft, na een tussenvonnis van 13 augustus 2003, bij eindvonnis van 3 maart 2004 de vordering toegewezen. Tegen deze vonnissen heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 8 juni 2006 heeft het hof de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC0389 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25 januari 2008 Eerste Kamer Nr. C06/255HR MK/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], België, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties [Verweerster] heeft bij exploot van 3 april 2003 [eiseres] gedagvaard voor de kantonrechter te Terneuzen en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen om aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 3.528,--, met rente en kosten. [Eiseres] heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft, na een tussenvonnis van 13 augustus 2003, bij eindvonnis van 3 maart 2004 de vordering toegewezen. Tegen deze vonnissen heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 8 juni 2006 heeft het hof de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 januari 2008.