ECLI:NL:HR:2007:BB7191 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen [eiser] en Deutag verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 12 november 2004, nr. C03/149, NJ 2005, 552. In dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank te Assen van 22 januari 2003 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te Leeuwarden verwezen. Bij exploot van 1 februari 2005 heeft [eiser] Deutag opgeroepen te verschijnen voor het gerechtshof te Leeuwarden teneinde het geding na verwijzing te hervatten. Bij arrest van 22 maart 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter van 8 oktober 2001 bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2007:BB7191 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
23 november 2007 Eerste Kamer Nr. C06/186HR MK/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n KCA DEUTAG NEDERLAND B.V., voorheen genaamd DEUTAG NEDERLAND B.V., daarvoor genaamd DEUTAG FRIESLAND DRILLING B.V., gevestigd te Assen, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: R.A.A. Duk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Deutag.
1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen [eiser] en Deutag verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 12 november 2004, nr. C03/149, NJ 2005, 552. In dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank te Assen van 22 januari 2003 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te Leeuwarden verwezen. Bij exploot van 1 februari 2005 heeft [eiser] Deutag opgeroepen te verschijnen voor het gerechtshof te Leeuwarden teneinde het geding na verwijzing te hervatten. Bij arrest van 22 maart 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter van 8 oktober 2001 bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Deutag heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Deutag begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, A. Hammerstein, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 november 2007.