Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BB7177 ECLI:NL:HR:2007:BB7177 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BB7177 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BB7177
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eiseres] heeft bij exploot van 4 december 2003 Imago gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd, kort gezegd, Imago te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 21.811,03, met rente en een bedrag van € 998,-- (exclusief BTW) aan buitengerechtelijke kosten. Imago heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 11 mei 2005 de vordering toegewezen. Tegen dit vonnis heeft Imago hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 25 april 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd, en opnieuw rechtdoende, Imago veroordeeld om aan [eiseres] een bedrag van € 3.659,49 te betalen, met rente en een bedrag van € 998,-- (exclusief BTW) aan buitengerechtelijke kosten. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BB7177 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 november 2007 Eerste Kamer Nr. C06/151HR MK/IS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n IMAGO NEDERLAND B.V., gevestigd te Breda, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D.M. de Knijff. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Imago.

1. Het geding in feitelijke instanties [Eiseres] heeft bij exploot van 4 december 2003 Imago gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd, kort gezegd, Imago te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 21.811,03, met rente en een bedrag van € 998,-- (exclusief BTW) aan buitengerechtelijke kosten. Imago heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 11 mei 2005 de vordering toegewezen. Tegen dit vonnis heeft Imago hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 25 april 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd, en opnieuw rechtdoende, Imago veroordeeld om aan [eiseres] een bedrag van € 3.659,49 te betalen, met rente en een bedrag van € 998,-- (exclusief BTW) aan buitengerechtelijke kosten. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Imago heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Imago begroot op € 726,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 november 2007.