Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BB3678 ECLI:NL:HR:2007:BB3678 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BB3678 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BB3678
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van 6 december 2005 heeft de rechtbank Almelo ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De rechter-commissaris heeft op 2 oktober 2006 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. De rechtbank heeft bij vonnis van 21 november 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 1 februari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BB3678 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

5 oktober 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R07/025HR MK/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen. Verzoekster tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoekster].

1. Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van 6 december 2005 heeft de rechtbank Almelo ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De rechter-commissaris heeft op 2 oktober 2006 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. De rechtbank heeft bij vonnis van 21 november 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 1 februari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.