ECLI:NL:HR:2007:BB3320 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instantie De officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage heeft op 28 februari 2007, onder overlegging van een op 26 februari 2007 ondertekende geneeskundige verklaring van psychiater [betrokkene 1] als de niet bij de behandeling betrokken psychiater, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft het verzoek ter terechtzitting van 27 maart 2007 mondeling behandeld en daarbij gehoord: van betrokkene en zijn advocaat, de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige [betrokkene 2], een zoon en drie dochters van betrokkene. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de rechtbank de verzochte (voorlopige) machtiging geweigerd. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2007:BB3320 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
5 oktober 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R07/121HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 'S-GRAVENHAGE, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. O.C. Bondam. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de officier van justitie en betrokkene.
1. Het geding in feitelijke instantie De officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage heeft op 28 februari 2007, onder overlegging van een op 26 februari 2007 ondertekende geneeskundige verklaring van psychiater [betrokkene 1] als de niet bij de behandeling betrokken psychiater, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft het verzoek ter terechtzitting van 27 maart 2007 mondeling behandeld en daarbij gehoord: van betrokkene en zijn advocaat, de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige [betrokkene 2], een zoon en drie dochters van betrokkene. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de rechtbank de verzochte (voorlopige) machtiging geweigerd. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de rechtbank heeft de officier van justitie beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.