ECLI:NL:HR:2007:BA9462 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 15 maart 2005 is ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De bewindvoerder heeft de rechtbank Utrecht verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Na behandeling van de zaak ter terechtzitting van 23 oktober 2006 heeft de rechtbank bij vonnis van 30 oktober 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 21 december 2006 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2007:BA9462 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
13 juli 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R06/187HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. W.B. Teunis. Verzoekster tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 15 maart 2005 is ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De bewindvoerder heeft de rechtbank Utrecht verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Na behandeling van de zaak ter terechtzitting van 23 oktober 2006 heeft de rechtbank bij vonnis van 30 oktober 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 21 december 2006 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 13 juli 2007.