Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BA7734 ECLI:NL:HR:2007:BA7734 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA7734 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BA7734
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eiser] c.s. hebben bij exploot van 27 februari 2003 SWA gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat SWA is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen totstandgekomen huurovereenkomst en SWA te veroordelen tot betaling van € 240.794,51, met rente en kosten. SWA heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij eindvonnis van 10 september 2003 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij tussenarrest van 30 december 2004 heeft het hof [eiser] c.s. toegelaten tot het bewijs van hun stelling dat op 16 oktober 2000 mondeling een huurovereenkomst tussen hen en SWA is totstandgekomen. Na getuigenverhoren heeft het hof bij eindarrest van 18 augustus 2005 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA7734 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 juli 2007 Eerste Kamer Nr. C06/075HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n STICHTING WONINGBEDRIJF AMSTERDAM, thans genaamd Ymere, gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en SWA.

1. Het geding in feitelijke instanties [Eiser] c.s. hebben bij exploot van 27 februari 2003 SWA gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat SWA is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen totstandgekomen huurovereenkomst en SWA te veroordelen tot betaling van € 240.794,51, met rente en kosten. SWA heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij eindvonnis van 10 september 2003 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij tussenarrest van 30 december 2004 heeft het hof [eiser] c.s. toegelaten tot het bewijs van hun stelling dat op 16 oktober 2000 mondeling een huurovereenkomst tussen hen en SWA is totstandgekomen. Na getuigenverhoren heeft het hof bij eindarrest van 18 augustus 2005 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen zowel het tussen- als het eindarrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen SWA is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SWA begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 13 juli 2007.