Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BA7628 ECLI:NL:HR:2007:BA7628 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA7628 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BA7628
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eiser] heeft bij exploot van 15 augustus 2001 het Waarborgfonds gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat het Waarborgfonds aan [eiser] dient te vergoeden de door hem ten gevolge van het ongeval op 10 augustus 1997 geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten. Het Waarborgfonds heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 25 augustus 2004 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 2 maart 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA7628 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

19 oktober 2007 Eerste Kamer Nr. C06/163HR MK/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.B. van Heijningen, t e g e n STICHTING WAARBORGFONDS MOTORVERKEER, gevestigd te Rijswijk, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Waarborgfonds.

1. Het geding in feitelijke instanties [Eiser] heeft bij exploot van 15 augustus 2001 het Waarborgfonds gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat het Waarborgfonds aan [eiser] dient te vergoeden de door hem ten gevolge van het ongeval op 10 augustus 1997 geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten. Het Waarborgfonds heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 25 augustus 2004 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 2 maart 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen het niet verschenen Waarborgfonds is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Waarborgfonds begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 19 oktober 2007.