Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BA6571 ECLI:NL:HR:2007:BA6571 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA6571 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BA6571
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. J.A. Heeren, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. 1.2. Het beroep is ingetrokken nadat de Advocaat-Generaal ter terechtzitting van de Hoge Raad van 29 mei 2007 zijn conclusie had genomen en derhalve na de aanvang van de behandeling van het beroep als bedoeld in art. 453 Sv. De Hoge Raad zal de zaak op het bestaande beroep afdoen (vgl. HR 30 september 2003, LJN AH9919, NJ 2004, 26).

Legislator headnote

AI generated

artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering, art. 453 Sv; ECLI:NL:HR:2007:BA6571 · Hoge Raad: 11 september 2007 Strafkamer nr. 02837/06 B SG/DAT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 7 september 2006, nummer RK 06/260, op een beklag als bedoeld in artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klaagster], gevestigd te [vestigingsplaats].

Keywords

AI generated
artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering art. 453 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering
02837/06 B SG/DAT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 7 september 2006, nummer RK 06/260, op een beklag als bedoeld in artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klaagster], gevestigd te [vestigingsplaats].
art. 453 Sv
Het beroep is ingetrokken nadat de Advocaat-Generaal ter terechtzitting van de Hoge Raad van 29 mei 2007 zijn conclusie had genomen en derhalve na de aanvang van de behandeling van het beroep als bedoeld in art. 453 Sv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 september 2007 Strafkamer nr. 02837/06 B SG/DAT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 7 september 2006, nummer RK 06/260, op een beklag als bedoeld in artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klaagster], gevestigd te [vestigingsplaats].

1. Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. J.A. Heeren, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. 1.2. Het beroep is ingetrokken nadat de Advocaat-Generaal ter terechtzitting van de Hoge Raad van 29 mei 2007 zijn conclusie had genomen en derhalve na de aanvang van de behandeling van het beroep als bedoeld in art. 453 Sv. De Hoge Raad zal de zaak op het bestaande beroep afdoen (vgl. HR 30 september 2003, LJN AH9919, NJ 2004, 26).

2. Beoordeling van de middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2007.