Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BA6243 ECLI:NL:HR:2007:BA6243 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA6243 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BA6243
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 11 mei 2005 is het verzoek van [verzoekers] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. Hierna heeft de rechtbank bij vonnis van 15 juni 2005 [verzoekers] op eigen verzoek in staat van faillissement verklaard, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator. Met een op 4 juli 2006 ter griffie van de rechtbank Almelo ingekomen verzoekschrift hebben [verzoekers] zich gewend tot die rechtbank en verzocht de opheffing van het faillissement uit te spreken, onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA6243 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 juli 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R06/141HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], en 2. [Verzoeker 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: P. Garretsen. Partijen zullen hierna worden aangeduid als [verzoekers].

1. Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 11 mei 2005 is het verzoek van [verzoekers] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. Hierna heeft de rechtbank bij vonnis van 15 juni 2005 [verzoekers] op eigen verzoek in staat van faillissement verklaard, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator. Met een op 4 juli 2006 ter griffie van de rechtbank Almelo ingekomen verzoekschrift hebben [verzoekers] zich gewend tot die rechtbank en verzocht de opheffing van het faillissement uit te spreken, onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Na mondelinge behandeling op 5 september 2006, heeft de rechtbank bij vonnis van 14 september 2006 het verzoek afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [verzoekers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. [Verzoekers] hebben het hof verzocht het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat zij alsnog tot de schuldsaneringsregeling worden toegelaten. Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 12 oktober 2006 het vonnis van de rechtbank van 14 september 2006 bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 13 juli 2007.