ECLI:NL:HR:2007:BA3018 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in cassatie Bij dagvaarding van 5 december 2006 heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - aan verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbsoch van 5 september 2006 en heeft hij [verweerder] gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 22 december 2006. [Eiser] heeft verzuimd de zaak tijdig ter rolle te doen inschrijven. Bij herstelexploot van 18 januari 2007 heeft [eiser] [verweerder] opgeroepen te verschijnen ter rolle van 16 februari 2007. [Eiser] heeft de zaak op de rolzitting van die dag doen inschrijven. [Verweerder] is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 16 februari 2007 niet verschenen. [Eiser] heeft gevraagd tegen [verweerder] verstek te verlenen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot weigering van het gevraagde verstek.
Legislator headnote
AI generatedart. 125 lid 4 Rv; ECLI:NL:HR:2007:BA3018 · Hoge Raad: Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening Het vervallen van de aanhangigheid van de zaak als gevolg van het verzuim de dagvaarding tijdig in te dienen ter inschrijving op de rol van de bij dagvaarding aangezegde rechtsdag kan worden hersteld door binnen veertien dagen na de in de dagvaarding vermelde roldatum een herstelexploot te doen uitbrengen met oproeping tegen een nieuwe rechtsdag (art. 125 lid 4 Rv.). Het exploot van 18 januari 2007 is niet binnen deze termijn uitgebracht.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
13 april 2007 Eerste Kamer Nr. C07/046HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.J.F. Gonesh, t e g e n [Verweerder], h.o.d.n. [A], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen.
1. Het geding in cassatie Bij dagvaarding van 5 december 2006 heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - aan verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbsoch van 5 september 2006 en heeft hij [verweerder] gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 22 december 2006. [Eiser] heeft verzuimd de zaak tijdig ter rolle te doen inschrijven. Bij herstelexploot van 18 januari 2007 heeft [eiser] [verweerder] opgeroepen te verschijnen ter rolle van 16 februari 2007. [Eiser] heeft de zaak op de rolzitting van die dag doen inschrijven. [Verweerder] is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 16 februari 2007 niet verschenen. [Eiser] heeft gevraagd tegen [verweerder] verstek te verlenen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot weigering van het gevraagde verstek.
2. Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening Het vervallen van de aanhangigheid van de zaak als gevolg van het verzuim de dagvaarding tijdig in te dienen ter inschrijving op de rol van de bij dagvaarding aangezegde rechtsdag kan worden hersteld door binnen veertien dagen na de in de dagvaarding vermelde roldatum een herstelexploot te doen uitbrengen met oproeping tegen een nieuwe rechtsdag (art. 125 lid 4 Rv.). Het exploot van 18 januari 2007 is niet binnen deze termijn uitgebracht.
3. Beslissing De Hoge Raad verstaat dat de aanhangigheid van de zaak is vervallen. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 april 2007.