Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BA2302 ECLI:NL:HR:2007:BA2302 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA2302 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BA2302
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 11 februari 2005, waarbij de aanvrager ter zake van "diefstal" is veroordeeld tot een geldboete van € 130,-, subsidiair 2 dagen hechtenis.

Legislator headnote

AI generated

art. 457 Sv, Art. 459 Sv; ECLI:NL:HR:2007:BA2302 · Hoge Raad: Beoordeling van de aanvrage 3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. 3.2.

Keywords

AI generated
art. 457 Sv Art. 459 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 457 Sv
Ook indien moet worden aangenomen dat de aanvrager het arrest van het Hof niet heeft ontvangen, zou dat niet kunnen leiden tot een der in art. 457, eerste lid onder 2°, Sv genoemde beslissingen.
Art. 459 Sv
Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20 maart 2007 Strafkamer nr. 03440/06 H DV/IC Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 december 2005, nummer 20/008826-05, ingediend door: [aanvrager], Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 11 februari 2005, waarbij de aanvrager ter zake van "diefstal" is veroordeeld tot een geldboete van € 130,-, subsidiair 2 dagen hechtenis.

2. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage 3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. 3.2.

Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt. 3.3. In de aanvrage wordt aangevoerd dat de aanvrager het arrest van het Hof niet heeft ontvangen, zodat hij geen eerlijk proces heeft gekregen. 3.4. Ook indien moet worden aangenomen dat de aanvrager het arrest van het Hof niet heeft ontvangen, zou dat niet kunnen leiden tot een der in art. 457, eerste lid onder 2°, Sv genoemde beslissingen. De aanvrage kan reeds daarom, gelet op de artikelen 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 20 maart 2007.