Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BA1535 ECLI:NL:HR:2007:BA1535 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA1535 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BA1535
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Verweerster in cassatie - verder te noemen: GBH - heeft bij exploot van 11 oktober 2001 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Colorex - gedagvaard voor de kantonrechter te 's-Hertogenbosch en gevorderd, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Colorex te veroordelen om aan GBH te betalen een bedrag van ƒ 309.299,80 in hoofdsom ter zake van schadevergoeding vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Colorex heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 25 september 2002 de vordering afgewezen. Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft GBH hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 17 mei 2005 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, Colorex veroordeeld om aan GBH te betalen een bedrag van € 140.626,39, vermeerderd met de wettelijke rente en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA1535 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 april 2007 Eerste Kamer Nr. C06/025HR MK/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COLOREX B.V., gevestigd te Helmond, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n GBH VASTGOED B.V., gevestigd te Helmond, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. J. Wuisman, thans mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.

1. Het geding in feitelijke instanties Verweerster in cassatie - verder te noemen: GBH - heeft bij exploot van 11 oktober 2001 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Colorex - gedagvaard voor de kantonrechter te 's-Hertogenbosch en gevorderd, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Colorex te veroordelen om aan GBH te betalen een bedrag van ƒ 309.299,80 in hoofdsom ter zake van schadevergoeding vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Colorex heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 25 september 2002 de vordering afgewezen. Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft GBH hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 17 mei 2005 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, Colorex veroordeeld om aan GBH te betalen een bedrag van € 140.626,39, vermeerderd met de wettelijke rente en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Colorex beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. GBH heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Colorex in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GBH begroot op € 4.291,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 april 2007.