Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:BA1523 ECLI:NL:HR:2007:BA1523 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA1523 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:BA1523
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Een van de rechtvoorgangsters van verweerster in cassatie heeft bij exploot van 27 april 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en gevorderd het tussen partijen door het Nederlandse Arbitrage Instituut gewezen arbitrale kort gedingvonnis van 29 maart 2000 te vernietigen. [Eiser] heeft de vordering bestreden. Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij vonnis van 5 december 2002 voornoemd arbitrale vonnis vernietigd. Tegen dit vonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 24 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:BA1523 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25 mei 2007 Eerste Kamer Nr. C06/074HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORAHOLLAND U.A., gevestigd te Naaldwijk, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.

1. Het geding in feitelijke instanties Een van de rechtvoorgangsters van verweerster in cassatie heeft bij exploot van 27 april 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en gevorderd het tussen partijen door het Nederlandse Arbitrage Instituut gewezen arbitrale kort gedingvonnis van 29 maart 2000 te vernietigen. [Eiser] heeft de vordering bestreden. Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij vonnis van 5 december 2002 voornoemd arbitrale vonnis vernietigd. Tegen dit vonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 24 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Verweerster in cassatie - verder te noemen: FloraHolland - heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 5 april 2007 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in casstie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FloraHolland begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 mei 2007.