Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:AZ9323 ECLI:NL:HR:2007:AZ9323 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ9323 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:AZ9323
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser c.s.] - hebben bij exploot van 12 maart 2001 verweersters in cassatie - verder te noemen: [verweerster c.s.] - gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en gevorderd primair de erfpacht betreffende de in de dagvaarding nader omschreven grond te wijzigen door de jaarlijkse canon te verhogen tot een marktconform, althans redelijk, bedrag en subsidiair te verklaren voor recht dat de erfpacht eindigt, althans door opzegging zal eindigen. [Verweerster c.s.] hebben de vordering bestreden en een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld. De rechtbank heeft bij vonnis van 3 oktober 2002 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eiser c.s.] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 30 juni 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ9323 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 april 2007 Eerste Kamer Nr. C05/299HR MK/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], wonende te [woonplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiseres 3], wonende te [woonplaats], 4. [Eiser 4], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. J.C.A. Stevens, t e g e n 1. [Verweerster 1], 2. [Verweerster 2], 3. [Verweerster 3], alle gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. M. Ynzonides.

1. Het geding in feitelijke instanties Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser c.s.] - hebben bij exploot van 12 maart 2001 verweersters in cassatie - verder te noemen: [verweerster c.s.] - gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en gevorderd primair de erfpacht betreffende de in de dagvaarding nader omschreven grond te wijzigen door de jaarlijkse canon te verhogen tot een marktconform, althans redelijk, bedrag en subsidiair te verklaren voor recht dat de erfpacht eindigt, althans door opzegging zal eindigen. [Verweerster c.s.] hebben de vordering bestreden en een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld. De rechtbank heeft bij vonnis van 3 oktober 2002 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eiser c.s.] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 30 juni 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser c.s.] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster c.s.] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerster c.s.] mede door mr. D.P.F. Meerburg jr. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser c.s.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster c.s.] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.