Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:AZ8745 ECLI:NL:HR:2007:AZ8745 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ8745 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:AZ8745
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Bij beschikking van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en Aruba, zittingsplaats Bonaire, van 9 april 1998, is verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - veroordeeld ingaande 1 mei 1998 maandelijks een bedrag van Afl. 175,-- aan de Voogdijraad te verstrekken voor de opvoeding en verzorging van het minderjarige kind van partijen. Met een op 12 mei 2005 ter griffie van het gerecht ingekomen verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot dat gerecht en verzocht de beschikking van het gerecht van 9 april 1998 in te trekken, in dier voege dat de daarbij ontstane achterstand in de betaling ad € 8.072,31,-- kwijtgescholden wordt, althans met terugwerkende kracht over de periode mei 1998 tot 5 mei 2004 op nihil wordt gesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ8745 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20 april 2007 Eerste Kamer Nr. R06/029HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.A. van der Hansz, t e g e n [De moeder], wonende te Bonaire, Nederlandse Antillen, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. V.K.S. Budhu Lall.

1. Het geding in feitelijke instanties Bij beschikking van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en Aruba, zittingsplaats Bonaire, van 9 april 1998, is verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - veroordeeld ingaande 1 mei 1998 maandelijks een bedrag van Afl. 175,-- aan de Voogdijraad te verstrekken voor de opvoeding en verzorging van het minderjarige kind van partijen. Met een op 12 mei 2005 ter griffie van het gerecht ingekomen verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot dat gerecht en verzocht de beschikking van het gerecht van 9 april 1998 in te trekken, in dier voege dat de daarbij ontstane achterstand in de betaling ad € 8.072,31,-- kwijtgescholden wordt, althans met terugwerkende kracht over de periode mei 1998 tot 5 mei 2004 op nihil wordt gesteld.

Verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - heeft het verzoek bestreden. Het gerecht heeft bij beschikking van 24 augustus 2005 het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof. Bij beschikking van 31 januari 2006 heeft het hof de bestreden beschikking bevestigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 april 2007.