Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:AZ8167 ECLI:NL:HR:2007:AZ8167 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ8167 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:AZ8167
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 17 april 2003, hersteld bij exploot van 9 mei 2003, verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, Amsterdam en gevorderd, na wijziging van eis, [verweerder] c.s. te veroordelen tot het plaatsen van een afscheiding op hun terras, zodanig dat [verweerder] c.s. vanaf de ingang van hun dakterras tot aan het einde daarvan geen zicht hebben op de woning van [eiser], zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom, althans [verweerder] c.s. te gebieden te dulden dat [eiser] op hun kosten een afscheiding doet aanbrengen op het terras en [verweerder] c.s., op straffe van verbeurte van een dwangsom, te verbieden om binnen een afstand van 50 cm van de erfgrens plantenbakken of soortgelijke werken te hebben. [Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ8167 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20 april 2007 Eerste Kamer Nr. C06/026HR MK/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerster 1], 2. [Verweerder 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 17 april 2003, hersteld bij exploot van 9 mei 2003, verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, Amsterdam en gevorderd, na wijziging van eis, [verweerder] c.s. te veroordelen tot het plaatsen van een afscheiding op hun terras, zodanig dat [verweerder] c.s. vanaf de ingang van hun dakterras tot aan het einde daarvan geen zicht hebben op de woning van [eiser], zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom, althans [verweerder] c.s. te gebieden te dulden dat [eiser] op hun kosten een afscheiding doet aanbrengen op het terras en [verweerder] c.s., op straffe van verbeurte van een dwangsom, te verbieden om binnen een afstand van 50 cm van de erfgrens plantenbakken of soortgelijke werken te hebben. [Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 27 augustus 2003 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 21 april 2004 de vorderingen afgewezen. Tegen dit eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. In hoger beroep heeft [eiser] zijn eis gewijzigd. Bij arrest van 28 juli 2005 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen [verweerder] c.s. is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 april 2007.