Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:AZ6718 ECLI:NL:HR:2007:AZ6718 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ6718 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:AZ6718
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 23 december 2002 - eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Dordrecht, locatie Gorinchem, en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat [eiseres] aansprakelijk is voor de door [verweerder] opgelopen schade als gevolg van het hem op 26 november 1998 overkomen bedrijfsongeval en dat [eiseres] die schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, aan [verweerder] dient te vergoeden, met veroordeling van [eiseres] in de kosten. [Eiseres] heeft de vordering bestreden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ6718 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

16 maart 2007 Eerste Kamer Nr. C05/206HR MK/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt.

1. Het geding in feitelijke instanties Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 23 december 2002 - eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Dordrecht, locatie Gorinchem, en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat [eiseres] aansprakelijk is voor de door [verweerder] opgelopen schade als gevolg van het hem op 26 november 1998 overkomen bedrijfsongeval en dat [eiseres] die schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, aan [verweerder] dient te vergoeden, met veroordeling van [eiseres] in de kosten. [Eiseres] heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 24 maart 2003 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 14 juli 2003 voor recht verklaard dat [eiseres] aansprakelijk is voor de door [verweerder] opgelopen schade als gevolg van het hem op 26 november 1998 overkomen bedrijfsongeval en [eiseres] veroordeeld tot vergoeding van deze schade op te maken bij staat. Tegen dit eindvonnis van de kantonrechter heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 15 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 maart 2007.