Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:AZ5835 ECLI:NL:HR:2007:AZ5835 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ5835 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:AZ5835
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties De officier van justitie in het arrondissement te 's-Hertogenbosch heeft bij verzoekschrift van 15 augustus 2006 aan de rechtbank aldaar verzocht een nieuwe voorwaardelijke machtiging te verlenen ten aanzien van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: betrokkene -, subsidiair een voorlopige machtiging te verlenen en meer subsidiair een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis te verlenen. Bij het verzoekschrift waren gevoegd een geneeskundige verklaring als bedoeld in art. 14c lid 5 Wet Bopz, een behandelingsplan en een bericht over de staat van uitvoering daarvan. De rechtbank heeft bij beschikking van 11 september 2006, na betrokkene, de raadsman van betrokkene, de behandelend psychiater en de broer van betrokkene, te hebben gehoord, voorwaardelijke machtiging verleend tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, met bepaling van de duur van deze machtiging op twaalf maanden, ingaande 11 september 2006. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ5835 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

9 februari 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R06/175HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later, t e g e n DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 'S-HERTOGENBOSCH, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties De officier van justitie in het arrondissement te 's-Hertogenbosch heeft bij verzoekschrift van 15 augustus 2006 aan de rechtbank aldaar verzocht een nieuwe voorwaardelijke machtiging te verlenen ten aanzien van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: betrokkene -, subsidiair een voorlopige machtiging te verlenen en meer subsidiair een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis te verlenen. Bij het verzoekschrift waren gevoegd een geneeskundige verklaring als bedoeld in art. 14c lid 5 Wet Bopz, een behandelingsplan en een bericht over de staat van uitvoering daarvan. De rechtbank heeft bij beschikking van 11 september 2006, na betrokkene, de raadsman van betrokkene, de behandelend psychiater en de broer van betrokkene, te hebben gehoord, voorwaardelijke machtiging verleend tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, met bepaling van de duur van deze machtiging op twaalf maanden, ingaande 11 september 2006. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.