Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:AZ4853 ECLI:NL:HR:2007:AZ4853 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ4853 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:AZ4853
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Bij beschikking van de rechtbank te Zwolle-Lelystad van 15 december 2004 is tussen partijen echtscheiding uitgesproken en is voorts bepaald dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking van de rechtbank in de registers van de burgerlijke stand een bedrag van € 300,-- per maand aan verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen (hierna: [de zoon]) en € 500,-- zal bijdragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ4853 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

9 maart 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R05/144HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli.

1. Het geding in feitelijke instanties Bij beschikking van de rechtbank te Zwolle-Lelystad van 15 december 2004 is tussen partijen echtscheiding uitgesproken en is voorts bepaald dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking van de rechtbank in de registers van de burgerlijke stand een bedrag van € 300,-- per maand aan verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen (hierna: [de zoon]) en € 500,-- zal bijdragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem en daarbij verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de kinder- en partneralimentatie te bepalen op nihil of op een zodanig bedrag dat het hof juist acht. Bij beschikking van 30 augustus 2005 heeft het hof de bestreden beschikking, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft een verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 maart 2007.