ECLI:NL:HR:2007:AZ3560 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedGeding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. M.A.I. Witlox, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Legislator headnote
AI generatedartikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2007:AZ3560 · Hoge Raad: 23 januari 2007 Strafkamer nr. 00059/06 B km/AM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 4 oktober 2005, parketnummer RK 05/2339, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats].
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
23 januari 2007 Strafkamer nr. 00059/06 B km/AM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 4 oktober 2005, parketnummer RK 05/2339, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. M.A.I. Witlox, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de Rechtbank van 4 oktober 2005 waarbij het klaagschrift strekkende tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen, niet-ontvankelijk is verklaard. 2.2. Door de Advocaat-Generaal ingewonnen informatie houdt in dat de uitspraak van de Economische Politierechter van 9 december 2005, waarbij een beslissing is genomen omtrent de in het klaagschrift bedoelde inbeslaggenomen voorwerpen, onherroepelijk is geworden. Gelet daarop dient de klaagster wegens gebrek aan belang in haar cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3. Beslissing De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2007.