Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2007:AZ3093 ECLI:NL:HR:2007:AZ3093 AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ3093 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2007:AZ3093
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Bij verzoekschrift van 29 juni 2004 heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot de rechtbank te 's-Gravenhage en verzocht echtscheiding uit te spreken tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - en, voorzover in cassatie van belang, de man te veroordelen om aan de vrouw een bedrag van € 6.478,82 per maand tot levensonderhoud uit te keren. De man heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 14 januari 2005 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van € 5.200,-- per maand tot levensonderhoud moet uitkeren.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2007:AZ3093 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

9 februari 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R06/055HR MK/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties Bij verzoekschrift van 29 juni 2004 heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot de rechtbank te 's-Gravenhage en verzocht echtscheiding uit te spreken tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - en, voorzover in cassatie van belang, de man te veroordelen om aan de vrouw een bedrag van € 6.478,82 per maand tot levensonderhoud uit te keren. De man heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 14 januari 2005 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van € 5.200,-- per maand tot levensonderhoud moet uitkeren.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van 1 februari 2006 heeft het hof de beschikking van de rechtbank, voorzover het de daarin bepaalde partneralimentatie betreft, vernietigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, de alimentatie voor de vrouw ten laste van de man met ingang van 4 mei 2005 op € 6.478,22 per maand bepaald, de beschikking van de rechtbank voor het overige bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.