Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2006:AY8288 ECLI:NL:HR:2006:AY8288 AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AY8288 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2006:AY8288
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eisers tot cassatie sub 1 en 2 - verder afzonderlijk te noemen: [eiser 1] en GCC, dan wel gezamenlijk: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 18 maart 1993 verweerster in cassatie - verder te noemen: Nedlloyd - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en gevorderd, na wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Nedlloyd te veroordelen aan [eiser] c.s. te betalen een bedrag van USD 11.078.223,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en Nedlloyd te veroordelen in de kosten van het geding. Nedlloyd heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 4 oktober 2001 Nedlloyd toegelaten tot bewijslevering. Tegen dit tussenvonnis heeft Nedlloyd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 22 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd, de vordering van [eiser] c.s. alsnog afgewezen en [eiser] c.s. in de proceskosten veroordeeld. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AY8288 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

17 november 2006 Eerste Kamer Nr. C05/238HR MK/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], Zwitserland, 2. GCC INVESTMENTS AND TRADE LTD, gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n P&O NEDLLOYD B.V., gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.V. Polak.

1. Het geding in feitelijke instanties Eisers tot cassatie sub 1 en 2 - verder afzonderlijk te noemen: [eiser 1] en GCC, dan wel gezamenlijk: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 18 maart 1993 verweerster in cassatie - verder te noemen: Nedlloyd - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en gevorderd, na wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Nedlloyd te veroordelen aan [eiser] c.s. te betalen een bedrag van USD 11.078.223,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en Nedlloyd te veroordelen in de kosten van het geding. Nedlloyd heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 4 oktober 2001 Nedlloyd toegelaten tot bewijslevering. Tegen dit tussenvonnis heeft Nedlloyd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 22 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd, de vordering van [eiser] c.s. alsnog afgewezen en [eiser] c.s. in de proceskosten veroordeeld. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Nedlloyd heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nedlloyd begroot op € 5.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 november 2006.