Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2006:AY5782 ECLI:NL:HR:2006:AY5782 AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AY5782 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2006:AY5782
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in cassatie Bij exploot van 21 mei 2003 heeft wijlen [eiser] - verder te noemen: [eiser] - aan verweerster in cassatie - verder te noemen: Philips - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen in hoger beroep gewezen en op 26 maart 2003 uitgesproken arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch en voorts Philips gedagvaard om op 20 juni 2003 te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad. Philips is in cassatie verschenen en heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten; de advocaat van [eiser] heeft gerepliceerd.

Legislator headnote

AI generated

art. 225 Rv; ECLI:NL:HR:2006:AY5782 · Hoge Raad: Partijen hebben stukken gefourneerd en arrest gevraagd. Ter rolzitting van 20 februari 2004 is bepaald dat de conclusie van de Procureur-Generaal zal volgen op 18 juni 2004. Ter rolzitting van 18 juni 2004 heeft de advocaat van [eiser] verzocht het geding op de voet van art. 225 Rv. te schorsen, aangezien [eiser] op 31 mei 2004 was overleden. Hierop is de zaak geschorst. Ter rolzitting van 1 april 2005 is de zaak van de rol gevoerd. Bij brief van 10 mei 2006 heeft Philips verzocht de zaak op de rol te plaatsen opdat zij verval van instantie kon vorderen.

Keywords

AI generated
art. 225 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 225 Rv
Ter rolzitting van 18 juni 2004 heeft de advocaat van [eiser] verzocht het geding op de voet van art. 225 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

22 september 2006 Eerste Kamer Nr. C03/171HR RM/MK Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], gewoond hebbende te [woonplaats], België, EISER tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n PHILIPS LIGHTING B.V., gevestigd te Eindhoven, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. Y. van Gemerden en mr. R.M. Schutte.

1. Het geding in cassatie Bij exploot van 21 mei 2003 heeft wijlen [eiser] - verder te noemen: [eiser] - aan verweerster in cassatie - verder te noemen: Philips - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen in hoger beroep gewezen en op 26 maart 2003 uitgesproken arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch en voorts Philips gedagvaard om op 20 juni 2003 te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad. Philips is in cassatie verschenen en heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten; de advocaat van [eiser] heeft gerepliceerd.

Partijen hebben stukken gefourneerd en arrest gevraagd. Ter rolzitting van 20 februari 2004 is bepaald dat de conclusie van de Procureur-Generaal zal volgen op 18 juni 2004. Ter rolzitting van 18 juni 2004 heeft de advocaat van [eiser] verzocht het geding op de voet van art. 225 Rv. te schorsen, aangezien [eiser] op 31 mei 2004 was overleden. Hierop is de zaak geschorst. Ter rolzitting van 1 april 2005 is de zaak van de rol gevoerd. Bij brief van 10 mei 2006 heeft Philips verzocht de zaak op de rol te plaatsen opdat zij verval van instantie kon vorderen.

Hierop is de zaak op de rol van 16 juni 2006 geplaatst. Op die zitting heeft Philips verval van instantie gevorderd; de advocaat van wijlen [eiser] heeft ter terechtzitting ingestemd met die vordering. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot toewijzing van het gevorderde verval van instantie, met compensatie van kosten.

2. Beoordeling van de vordering tot verval van instantie Nu de vordering tot verval van instantie niet is weersproken en in de zaak langer dan twaalf maanden geen proceshandeling is verricht, is de vordering tot verval van instantie toewijsbaar.

3. Beslissing De Hoge Raad: verklaart de instantie vervallen; compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 september 2006.