Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2006:AX6738 ECLI:NL:HR:2006:AX6738 AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AX6738 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2006:AX6738
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 10 april 2003 gedateerd en op 18 april 2003 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot de kinderrechter aldaar en verzocht een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en zijn uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk met verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] geboren dochter [de dochter], waarbij hij gedurende een periode van drie maanden één vrijdag per veertien dagen van 11.45 uur tot 18.00 uur en na ommekomst van deze periode daarnaast één weekend per veertien dagen vanaf zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur omgang met zijn dochter zal hebben.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AX6738 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

15 september 2006 Eerste Kamer Rek.nr. R05/034HR JMH/MK Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n [De moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 10 april 2003 gedateerd en op 18 april 2003 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot de kinderrechter aldaar en verzocht een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en zijn uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk met verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] geboren dochter [de dochter], waarbij hij gedurende een periode van drie maanden één vrijdag per veertien dagen van 11.45 uur tot 18.00 uur en na ommekomst van deze periode daarnaast één weekend per veertien dagen vanaf zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur omgang met zijn dochter zal hebben.

De moeder heeft het verzoek bestreden. De kinderrechter heeft bij beschikking van 20 mei 2003 het verzoek van de vader afgewezen en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij tussenbeschikking van 12 februari 2004 heeft het hof de raad voor de kinderbescherming te Amsterdam verzocht schriftelijk verslag en nader advies uit te brengen en bij eindbeschikking van 9 december 2004 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd. Beide beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De moeder heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 15 september 2006.