Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2006:AW3581 ECLI:NL:HR:2006:AW3581 AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AW3581 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2006:AW3581
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 11 september 2003 - de verdachte ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 5, eerste lid, Wet goederenvervoer over de weg, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 1.500,- euro.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AW3581 · Hoge Raad: Beoordeling van het eerste middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 juni 2006 Strafkamer nr. 01793/05 E LR/AM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 21 februari 2005, nummer 21/004401-03, in de strafzaak tegen: [verdachte] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats].

1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 11 september 2003 - de verdachte ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 5, eerste lid, Wet goederenvervoer over de weg, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 1.500,- euro.

2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.P. Vroegh, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. De conclusie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van het eerste middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het tweede en het derde middel 4.1. De middelen keren zich met rechts- en motiveringsklachten tegen de verwerping door het Hof van het verweer dat sprake was van 'eigen vervoer' als bedoeld in art. 1, eerste lid onder g, van de Wet goederenvervoer over de weg. 4.2. De middelen falen op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaten-Generaal onder 14 tot en met 20.

5. Slotsom Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 13 juni 2006.