Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2006:AV4158 ECLI:NL:HR:2006:AV4158 AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AV4158 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2006:AV4158
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. E.M. Richel, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep. 1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

Legislator headnote

AI generated

artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, art. 445 Sv; ECLI:NL:HR:2006:AV4158 · Hoge Raad: 25 april 2006 Strafkamer nr. 01442/05 B AGJ/JH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 maart 2005, nummer 04314K10, op een beklag als bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Keywords

AI generated
artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering art. 445 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering
art. 445 Sv
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25 april 2006 Strafkamer nr. 01442/05 B AGJ/JH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 maart 2005, nummer 04314K10, op een beklag als bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. E.M. Richel, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep. 1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige beroep in cassatie openstaat, kan de klaagster in het ingestelde beroep niet worden ontvangen. Het in de schriftuur gestelde doet daaraan niet af.

3. Beslissing De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 april 2006.