Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2006:AV2663 ECLI:NL:HR:2006:AV2663 AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AV2663 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2006:AV2663
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 5 oktober 2005 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift hebben verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - zich gewend tot die rechtbank en verzocht verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - in staat van faillissement te verklaren. [Verzoekster] heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 2 november 2005 het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 6 december 2005 heeft het hof de uitspraak waarvan beroep vernietigd, [verzoekster] in staat van faillissement verklaard en een rechter-commissaris en een curator benoemd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AV2663 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

2 juni 2006 Eerste Kamer Rek.nr. R05/164HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoekster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. R.F. Thunnissen.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 5 oktober 2005 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift hebben verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - zich gewend tot die rechtbank en verzocht verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - in staat van faillissement te verklaren. [Verzoekster] heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 2 november 2005 het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 6 december 2005 heeft het hof de uitspraak waarvan beroep vernietigd, [verzoekster] in staat van faillissement verklaard en een rechter-commissaris en een curator benoemd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder] c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 362,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 juni 2006.