Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2006:AV0635 ECLI:NL:HR:2006:AV0635 AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AV0635 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2006:AV0635
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 20 december 2001 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - gedagvaard voor de kantonrechter te Maastricht en gevorderd een datum te bepalen waarop de tussen partijen bestaande huurovereenkomsten met betrekking tot de appartementen aan de [a-straat 1-2] te [plaats], zullen eindigen, zulks met veroordeling van [eiser] c.s. het gehuurde alsdan te ontruimen, op straffe van een dwangsom. [Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 4 september 2002 bepaald dat de huurovereenkomsten per 30 september 2002 zullen eindigen, [eiser] c.s. veroordeeld met ingang van 1 oktober 2002 voornoemde appartementen te ontruimen en het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 2 maart 2004 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd, met aanvulling van gronden. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2006:AV0635 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

17 februari 2006 Eerste Kamer Nr. C05/016HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 20 december 2001 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - gedagvaard voor de kantonrechter te Maastricht en gevorderd een datum te bepalen waarop de tussen partijen bestaande huurovereenkomsten met betrekking tot de appartementen aan de [a-straat 1-2] te [plaats], zullen eindigen, zulks met veroordeling van [eiser] c.s. het gehuurde alsdan te ontruimen, op straffe van een dwangsom. [Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 4 september 2002 bepaald dat de huurovereenkomsten per 30 september 2002 zullen eindigen, [eiser] c.s. veroordeeld met ingang van 1 oktober 2002 voornoemde appartementen te ontruimen en het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 2 maart 2004 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd, met aanvulling van gronden. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] is verstek verleend. De zaak is voor [eiser]s c.s. toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 februari 2006.