Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2005:AT3274 ECLI:NL:HR:2005:AT3274 AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AT3274 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2005:AT3274
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 september 2003 - de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 9 januari 2002 met een motorvoertuig met kenteken [00-AA-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 288,-, subsidiair vijf dagen hechtenis.

Legislator headnote

AI generated

art. 457 Sv; ECLI:NL:HR:2005:AT3274 · Hoge Raad: Beoordeling van de aanvrage 3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. 3.2.

Keywords

AI generated
art. 457 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 457 Sv

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

29 maart 2005 Strafkamer nr. 03507/04 H SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 september 2004, nummer 22/005770-03, ingediend door: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 september 2003 - de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 9 januari 2002 met een motorvoertuig met kenteken [00-AA-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 288,-, subsidiair vijf dagen hechtenis.

2. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage 3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. 3.2.

Het in de aanvrage gestelde houdt niets in wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld nu daarin niet is gesteld (en evenmin bewijsstukken zijn overgelegd waaruit volgt), dat de desbetreffende auto, gekentekend [00-AA-BB] op 9 januari 2002 behoorde tot een handelsvoorraad en uit dien hoofde was verzekerd onder het kentekennummer [CC-11-22]. Dat brengt mee dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 29 maart 2005.