Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2005:AS8523 ECLI:NL:HR:2005:AS8523 AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AS8523 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2005:AS8523
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 30 juni 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: Royal - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en gevorderd voor recht te verklaren dat de door [eiser] afgesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering met polisnummer [001] dekking verleent voor de tegen hem ingestelde aanspraak door [betrokkene 1] ter zake van een aan [eiser] door [betrokkene 1] verweten fout/tekortkoming bij de uitvoering van de opdracht van [betrokkene 1] aan [eiser] om ervoor zorg te dragen dat via [A] Assurantiën te [plaats] per 1 januari 1998 een ziektewetverzekering voor [betrokkene 1] zou worden afgesloten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AS8523 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C04/071HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n ROYAL NEDERLAND SCHADEVEREKERING N.V., gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J. Wuisman.

1. Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 30 juni 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: Royal - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en gevorderd voor recht te verklaren dat de door [eiser] afgesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering met polisnummer [001] dekking verleent voor de tegen hem ingestelde aanspraak door [betrokkene 1] ter zake van een aan [eiser] door [betrokkene 1] verweten fout/tekortkoming bij de uitvoering van de opdracht van [betrokkene 1] aan [eiser] om ervoor zorg te dragen dat via [A] Assurantiën te [plaats] per 1 januari 1998 een ziektewetverzekering voor [betrokkene 1] zou worden afgesloten.

Royal heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 21 juni 2001 de vordering van [eiser] afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Royal heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 4 november 2003 heeft het hof in het principaal appel het bestreden vonnis bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Royal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Royal begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 18 maart 2005.