Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2005:AR7932 ECLI:NL:HR:2005:AR7932 AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AR7932 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2005:AR7932
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Op verzoek van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - heeft de rechtbank te Amsterdam bij vonnis van 10 september 2001 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aan zien van [verzoeker] uitgesproken met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Op 20 augustus 2003 heeft de rechter-commissaris een voordracht gedaan, strekkende tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsanerings-regeling op grond van art. 350 lid 3, onder c en d, Faillissementswet (Fw).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AR7932 · Hoge Raad: Op 20 augustus 2003 heeft de rechter-commissaris een voordracht gedaan, strekkende tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsanerings-regeling op grond van art. 350 lid 3, onder c en d, Faillissementswet (Fw).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/052HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties Op verzoek van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - heeft de rechtbank te Amsterdam bij vonnis van 10 september 2001 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aan zien van [verzoeker] uitgesproken met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Op 20 augustus 2003 heeft de rechter-commissaris een voordracht gedaan, strekkende tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsanerings-regeling op grond van art. 350 lid 3, onder c en d, Faillissementswet (Fw).

De rechtbank heeft de voordracht behandeld op 7 oktober 2003, 7 januari 2004, 28 januari 2004 en 25 februari 2004 (pro forma). De rechtbank heeft bij vonnis van 3 maart 2004 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en in het faillissement van [verzoeker] een rechter-commissaris benoemd en een curator aangesteld. Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 9 april 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 maart 2005.