Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2005:AR7927 ECLI:NL:HR:2005:AR7927 AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AR7927 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2005:AR7927
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 13 augustus 2002 verweerders in cassatie - verder te noemen: Mico c.s. - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Roermond en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Mico c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om tegen bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.133,71, vermeerderd met de wettelijke rente over € 931,98 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander een bedrag van € 5.000,-- niet te boven gaande. Mico c.s. hebben de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 25 februari 2003 Mico c.s. tot bewijslevering toegelaten. Na enquête en contra-enquête heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 7 oktober 2003 de vordering afgewezen. Het eindvonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AR7927 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C04/050HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n 1. de vennootschap onder firma MICO SPORT VOF, gevestigd te Roggel, gemeente Roggel en Neer, 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verweerster 3], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 13 augustus 2002 verweerders in cassatie - verder te noemen: Mico c.s. - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Roermond en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Mico c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om tegen bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.133,71, vermeerderd met de wettelijke rente over € 931,98 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander een bedrag van € 5.000,-- niet te boven gaande. Mico c.s. hebben de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 25 februari 2003 Mico c.s. tot bewijslevering toegelaten. Na enquête en contra-enquête heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 7 oktober 2003 de vordering afgewezen. Het eindvonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het eindvonnis van de kantonrechter heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedag-vaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen Mico c.s. is verstek verleend. [Eiseres] heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Mico c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 maart 2005.