Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2005:AR7926 ECLI:NL:HR:2005:AR7926 AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AR7926 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2005:AR7926
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: De Koopsommer - heeft bij exploot van 30 juni 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: Aegon - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat: primair: Aegon te veroordelen aan De Koopsommer om niet een passende assurantieportefeuille aan te bieden, d.w.z. een portefeuille met een jaarlijkse provisie-opbrengst van omstreeks ƒ 400.000,--; subsidiair: Aegon te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan De Koopsommer te betalen een bedrag van ƒ 250.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der inleidende dagvaarding tot aan die der algehele voldoening. Aegon heeft de vorderingen bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 3 april 2002 het gevorderde afgewezen. Tegen dit vonnis heeft De Koopsommer hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 28 oktober 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2005:AR7926 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C04/041HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE KOOPSOMMER B.V., gevestigd te Bussum, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n AEGON NEDERLAND N.V., gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. M.E.M.G. Peletier, thans mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: De Koopsommer - heeft bij exploot van 30 juni 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: Aegon - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat: primair: Aegon te veroordelen aan De Koopsommer om niet een passende assurantieportefeuille aan te bieden, d.w.z. een portefeuille met een jaarlijkse provisie-opbrengst van omstreeks ƒ 400.000,--; subsidiair: Aegon te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan De Koopsommer te betalen een bedrag van ƒ 250.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der inleidende dagvaarding tot aan die der algehele voldoening. Aegon heeft de vorderingen bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 3 april 2002 het gevorderde afgewezen. Tegen dit vonnis heeft De Koopsommer hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 28 oktober 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft De Koopsommer beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Aegon heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt De Koopsommer in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aegon begroot op € 3.476,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 maart 2005.