Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AR3426 ECLI:NL:HR:2004:AR3426 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AR3426 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AR3426
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: DS - heeft bij exploot van 7 augustus 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: Nipatex - gedagvaard voor de kantonrechter te Tilburg en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Nipatex te veroordelen om aan DS te betalen een bedrag van ƒ 5.967,85 , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2001 tot aan de dag der algehele voldoening. Nipatex heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 20 december 2001 de vordering toegewezen. Tegen dit vonnis heeft Nipatex hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Breda. Bij tussenvonnis van 17 september 2002 heeft de rechtbank beide partijen tot bewijslevering toegelaten. Na twee gehouden getuigenverhoren heeft de rechtbank bij eindvonnis van 23 april 2003 het vonnis van de kantonrechter van 20 december 2001 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van DS afgewezen. Beide vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AR3426 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

26 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/267HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DIRECT SELECT B.V., gevestigd te Breda, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n NIPATEX B.V., gevestigd te Chaam, gemeente Alphen-Chaam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: DS - heeft bij exploot van 7 augustus 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: Nipatex - gedagvaard voor de kantonrechter te Tilburg en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Nipatex te veroordelen om aan DS te betalen een bedrag van ƒ 5.967,85 , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2001 tot aan de dag der algehele voldoening. Nipatex heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 20 december 2001 de vordering toegewezen. Tegen dit vonnis heeft Nipatex hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Breda. Bij tussenvonnis van 17 september 2002 heeft de rechtbank beide partijen tot bewijslevering toegelaten. Na twee gehouden getuigenverhoren heeft de rechtbank bij eindvonnis van 23 april 2003 het vonnis van de kantonrechter van 20 december 2001 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van DS afgewezen. Beide vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft DS beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen Nipatex is verstek verleend. DS heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Direct Select in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nipatex begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 26 november 2004.