Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AP4491 ECLI:NL:HR:2004:AP4491 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AP4491 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AP4491
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 1 oktober 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en - na wijziging van eis bij conclusie van repliek - gevorderd de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, door [eiseres] geleden als gevolg van de onrechtmatige daad die de Gemeente jegens [eiseres] gepleegd heeft door [eiseres] vanaf 29 oktober 1973 te verplichten tot het gebruik van een uiterst schadelijk houtverduurzamingsmiddel zonder daarbij de normen van veiligheid in acht te nemen en bovendien een zekere periode een uiterst schadelijke wijze van impregneren voor te schrijven.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AP4491 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

15 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/199HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: eerst mr. H.H. Barendrecht, later: mr. H.J.R. Reinders, t e g e n DE GEMEENTE BERGEIJK, gevestigd te Bergeijk, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. B. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 1 oktober 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en - na wijziging van eis bij conclusie van repliek - gevorderd de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, door [eiseres] geleden als gevolg van de onrechtmatige daad die de Gemeente jegens [eiseres] gepleegd heeft door [eiseres] vanaf 29 oktober 1973 te verplichten tot het gebruik van een uiterst schadelijk houtverduurzamingsmiddel zonder daarbij de normen van veiligheid in acht te nemen en bovendien een zekere periode een uiterst schadelijke wijze van impregneren voor te schrijven.

De Gemeente heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 5 oktober 2001 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 15 april 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 8 juli 2004 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 15 oktober 2004.