Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AP2649 ECLI:NL:HR:2004:AP2649 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AP2649 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AP2649
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Verweerster in cassatie - verder te noemen: DWV - heeft bij exploot van 6 juni 2002 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Breda, sector kanton, en gevorderd [eiser] te veroordelen aan DWV te betalen de som van € 1.379,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.318,40 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. [Eiser] heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 8 januari 2003 een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 12 maart 2003; hierbij is alleen DWV verschenen. Bij eindvonnis van 9 april 2003 heeft de kantonrechter de vordering toegewezen. Het eindvonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AP2649 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/201HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.L. Kleyn, t e g e n de vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid Vereniging DWV WONINGCORPORATIE, gevestigd te Dongen, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties Verweerster in cassatie - verder te noemen: DWV - heeft bij exploot van 6 juni 2002 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Breda, sector kanton, en gevorderd [eiser] te veroordelen aan DWV te betalen de som van € 1.379,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.318,40 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. [Eiser] heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 8 januari 2003 een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 12 maart 2003; hierbij is alleen DWV verschenen. Bij eindvonnis van 9 april 2003 heeft de kantonrechter de vordering toegewezen. Het eindvonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het eindvonnis van de kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedag-vaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen DWV is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DWV begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 29 oktober 2004.