Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AO6438 ECLI:NL:HR:2004:AO6438 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO6438 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AO6438
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Haarlem van 19 januari 2001 - de verdachte ter zake van "met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Legislator headnote

AI generated

art. 6 EVRM; ECLI:NL:HR:2004:AO6438 · Hoge Raad: Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Bij de Hoge Raad is voorts een aantal geschriften van de verdachte binnengekomen, maar de Hoge Raad kan daarop geen acht slaan, nu volgens art. 437, tweede lid, Sv uitsluitend een raadsman namens de verdachte middelen van cassatie kan indienen. De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht.

Keywords

AI generated
art. 6 EVRM

Cited Legislation

AI generated
art. 6 EVRM
Het middel klaagt dat de art. 6 EVRM en 14, eerste lid, IVBPR zijn geschonden op de grond dat het bestreden arrest mede is gewezen door mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18 mei 2004 Strafkamer nr. 02093/03 SG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 maart 2003, nummer 23/002483-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Haarlem van 19 januari 2001 - de verdachte ter zake van "met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Bij de Hoge Raad is voorts een aantal geschriften van de verdachte binnengekomen, maar de Hoge Raad kan daarop geen acht slaan, nu volgens art. 437, tweede lid, Sv uitsluitend een raadsman namens de verdachte middelen van cassatie kan indienen. De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht.

3. Beoordeling van het middel 3.1. Het middel klaagt dat de art. 6 EVRM en 14, eerste lid, IVBPR zijn geschonden op de grond dat het bestreden arrest mede is gewezen door mr. Van Asperen, terwijl deze ook het tussenarrest van het Hof, waarbij de zaak op de voet van art. 423, tweede lid, Sv naar de Rechtbank is verwezen, heeft medegewezen. 3.2. Het middel faalt op de daartoe in de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal uiteengezette gronden.

4. Slotsom Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 18 mei 2004.